Zuster van der Klooster (Oma Zus)

 

                                                

 

Op 12 maart 1920 kwam als wijkverpleegster in Arnemuiden werken zuster A.P.A. v/d Klooster. De oudere generatie zal zich haar nog wel kunnen herinneren. Ze heeft jarenlang gewoond aan de Molenweg 20.

 

Reeds aan het begin van haar loopbaan werd ze geconfronteerd met vele problemen. Zo kwam de ziekte tuberculose erg veel voor. Doordat er tevens veel gezinnen in één woning woonden, kon deze ziekte zich makkelijk onder de mensen verspreiden. Ook was er in die tijd nog geen riolering, leidingwater en ook aan verlichting in de huizen ontbrak nogal het één en ander. Gelukkig is in de jaren 30 hierin veel verbetering gekomen.

 

In de loop der jaren wist zuster v/d Klooster vele contacten te leggen bij de doktoren in Middelburg en kwamen de T.B.C. patiënten onder controle te staan bij het consultatiebureau.

Jammer was het, dat niet alle mensen van deze ernstige ziekte genazen en kwamen te overlijden.

Anderen konden in huisjes, die op een draaiplateau in de tuin stonden, altijd in de zon en de buitenlucht liggen, waardoor velen alsnog genazen. Tijdens het bezoeken van haar patiënten sprak de zuster ook over goede voeding zoals melk, groente enz. Door de grote armoede konden vele mensen zich die goede voeding niet veroorloven en door een kleine vergoeding van de instantie “Draagt elkanders lasten” konden de mensen betere voeding kopen.

 

Eind jaren 30 was er gelukkig veel verbeterd, maar als er iets niet ging zoals de zuster het graag wilde, ging ze richting stadhuis naar de burgemeester om alles eens goed op een rijtje te zetten.

Ze moet in deze tijd een erg sterke gezondheid hebben gehad, want bij bevallingen werd eerst de zuster gewaarschuwd, die op haar beurt, indien nodig, de dokter liet waarschuwen. Bij een geboorte in Kleverskerke liep ze vaak midden in de nacht door de binnenwegen. Fietsen kon   ze niet en ze heeft altijd haar patiënten te voet bezocht. Dat ook het menselijk lichaam zijn grenzen kent, heeft ze helaas tijdens de oorlogsjaren gemerkt. Arnemuiden was overspoeld met vluchtelingen en er braken besmettelijke ziektes uit. Een bekend voorbeeld hiervan was tyfus. De tyfus patiënten lagen in een barak bij elkaar. Helaas  is de eens zo sterke zuster toen overwerkt geraakt en kon ze een tijdje haar werk niet aan. Gelukkig kwam er toen hulp. Zuster Verstraete kwam als eerste en later als tweede ook nog zuster Davidse. Op de periode na, dat ze overwerkt was, is  ze de hele oorlogstijd op haar post gebleven. Ook toen bleef ze haar patiënten bezoeken en als ze door een Duitser ’s nachts aangehouden werd en ze zich moest legitimeren zei ze ; “Krankenschwester”( dit was natuurlijk ook te zien aan haar uniform) en mocht ze haar weg vervolgen. Tijdens de oorlogsjaren zat het huis aan de Molenweg vol met vluchtelingen. Zelf was ze niet bang, maar als iemand uit Vlissingen aangaf, daar niet langer te durven blijven zei ze:”Ik heb nog wel plaats voor een paar personen”. Tijdens de beschietingen en de bevrijding in november 1944 zaten de mensen zoveel mogelijk in kelders. Gelukkig had het huis naast de zuster een kelder en terwijl iedereen daar met angst en beven de bevrijding afwachtte, stond zij in de keuken voor eten te zorgen.

Toen in 1945 eindelijk alle Duitsers uit ons land verdreven waren, wist ze, dat ze niet lang meer haar werk als wijkverpleegster zou kunnen voortzetten. Ze was geboren in 1891 en als wijkverpleegster moest je op 60-jarige leeftijd met pensioen. In 1951 was het dan zover. Als dank voor haar vele werk en haar betekenis voor de gemeente Arnemuiden is ze in 1951 in het verenigingsgebouw geridderd. Ze heeft de ridderorde aanvaard, maar bescheiden als ze was, was dit voor haar niet nodig geweest. Met haar opvolgster zuster van Donk had ze een goede band en als die ziek of met vakantie was, vond ze niets fijner dan haar witte schort weer aan te doen om waar te nemen.

Ook aan het waarnemen voor zuster van Donk kwam op een gegeven moment een einde, wegens haar leeftijd en gezondheid. Nadat ze nog verscheidene jaren van haar pensioen had genoten is ze in februari 1972 overleden.

 

Geschreven door: Riet Stroo- van de Ketterij en Ko Stroo

 

Terug